Rond Pasen moet ik altijd denken aan die keer dat we met vrienden een paasweekend gingen kamperen. Natuurlijk moesten er ‘s morgens paaseieren gezocht worden. Nadat we de eieren hadden verstopt op het lege veldje naast ons, trommelden we de 6 kinderen op. We namen ze mee naar het veld met de ogen dicht: Terwijl wij allemaal met een kind aan de hand het veld oplopen, zit er een konijn precies in het midden. Het konijn blijft rustig zitten als we dichterbij komen en elkaar gebaren om er in een kring omheen te gaan staan. Als we stilstaan zeg ik “Als je nu je ogen opent, zie je de paashaas!”. Het magisch paaskonijn blijft nog eventjes zitten en huppelt dan rustig weg, waarna het eieren zoeken kan beginnen. De kinderen zijn inmiddels tussen de 16 en 21 jaar. Ze hebben zich de afgelopen jaren nog geregeld afgevraagd hoe dat nou kon, dat die “paashaas” daar zo op het juiste moment was. Waarbij overigens niemand zich druk maakt over het feit dat het eigenlijk een konijn was…

Een mooi voorbeeld van “werken met wat er is”. Open staan voor wat er in je omgeving is en daar gebruik van maken en erop inspelen. De afgelopen dagen had ik bijscholing rond loopbaanvragen. We werden ondergedompeld in de wereld van vragenlijsten, droomberoepen en levenslijnen. We mochten er natuurlijk ook zelf mee stoeien. Zo kwam bij mij boven tafel dat ik bij succeservaringen op het werk veel meer lef had ingezet, dan bij mislukkingen. Om in paastermen te blijven; ik was eigenlijk een angsthaas bij de faalmomenten.Toch was het werkelijke verschil niet de lef, maar veel meer de lef hebben om te zien, te erkennen en te accepteren wat er is en daarmee te werken. Dat is wat succesmomenten oplevert. Dat zijn de magische momenten uit mijn werk waar ik trots op ben, zoals bijvoorbeeld:

  • Mevrouw B, is aan het einde van haar lange leven, iedere avond bij het slapen gaan zoekt ze naar de woorden van een oud versje uit haar kindertijd. Iedere keer is er een flard, een zin, een woord. We werken met wat er is. In een paar avonddiensten lukt het ons samen het gedicht weer terug te vinden, het geeft haar rust. Ik lees het voor op haar begrafenis.
  • Die keer dat mijn team boos en teleurgesteld was toen ik het concept transformatieplan liet lezen en zij zich als maatschappelijk werkers niet herkende in het verhaal. We schreven het plan opnieuw, samen. Met praktijkervaringen, visie en mogelijkheden door de ogen van de professionals, geïllustreerd met mooie foto’s van hen.
  • Bij het afscheid als manager, van mijn baan en van onze organisatie. Op de laatste bijeenkomst voor externe contacten. Ik heb 3 dagen daarvoor een lied gezongen voor collega’s en directeur Marianne zegt spontaan bij binnenkomst tegen me, “Je zingt toch wel weer dat lied, he”. Ik schrik even, en dan besef ik me; er is een muzikant, een microfoon en dit past bij mij als persoon en bij dit moment. Ik zing uit volle borst, met knipoog “Een beetje verdriet” en de hele zaal zingt mee. Een mooier afscheid had ik me niet kunnen wensen.

In mijn werk als coach, is de kracht van werken met wat er is onmisbaar. Het erkennen van en ruimte geven aan emotie, tegenslag, verlangens en drijfveren is wat leidt tot magische momenten van inzicht en nieuw perspectief. “Vanzelfsprekend” begint het allemaal met het erkennen van en werken met wat er is bij jezelf/mezelf, in welke situatie dan ook: Wat voel ik, wat is mijn wens, mijn talent, mijn rol, mijn grens? En een beetje lef (om hulp of feedback te vragen) kan daarbij geen kwaad…